VOEDINGSBODEM VOOR MIGRATIE

Waarom verlaten mensen de plek waar ze thuis zijn?

Mensen vertrekken zelden om één reden. Oorlog en geweld, repressie, bestaansonzekerheid of klimaatverandering kunnen blijven moeilijk maken. Veiligheid, familie, werk of onderwijs kunnen elders perspectief bieden. Maar zelfs wie wil vertrekken, kan dat pas wanneer er geld, informatie, contacten en een route zijn.

Daarom kijken we op de poster naar drie krachten die samen kunnen spelen: wat duwt, wat trekt en wat vertrek mogelijk maakt. Die driedeling is geen wiskundig model en geen checklist. Ze helpt vooral om één misverstand te vermijden: migratie heeft zelden één oorzaak, en willen vertrekken is niet hetzelfde als kunnen vertrekken.

Migratie begint niet aan de grens. Ze begint bij de vraag welke toekomst iemand thuis nog voor zich ziet.

1. Drie krachten spelen samen

De klassieke uitleg over “duw- en trekfactoren” is nuttig, maar onvolledig. Dezelfde economische of politieke omstandigheden hebben niet voor iedereen hetzelfde effect. Persoonlijke verwachtingen, levensfase, familie, sociale netwerken en beschikbare middelen bepalen mee wat iemand uiteindelijk doet.

Wat duwt?

Oorlog en geweld kunnen veiligheid rechtstreeks vernietigen. Repressie en vervolging kunnen vrijheid en controle over het eigen leven aantasten. Bestaansonzekerheid kan ontstaan door een combinatie van weinig werk, lage of onzekere inkomens, voedselonzekerheid en beperkte toegang tot basisvoorzieningen. Klimaatverandering werkt daarbij vaak als versterker: droogte, hitte, overstromingen of mislukte oogsten kunnen bestaande kwetsbaarheid vergroten.

Wat trekt?

Mensen vergelijken niet alleen hun huidige situatie met vroeger, maar ook met wat elders mogelijk lijkt. Veiligheid, familie en sociale netwerken, werk en inkomen, onderwijs en toekomstperspectief kunnen een bestemming aantrekkelijk maken. Dat betekent niet dat één “trekfactor” iemand automatisch doet migreren. Het gaat om het verschil tussen de toekomst die iemand thuis verwacht en de toekomst die elders mogelijk lijkt.

Wat maakt vertrek mogelijk?

Een migratiewens is nog geen migratie. Internationale verplaatsing vraagt middelen: geld voor vervoer en documenten, informatie over routes en procedures, contacten die kunnen helpen en soms een netwerk op de bestemming. Daardoor zijn de mensen met de grootste nood niet noodzakelijk degenen die het verst kunnen reizen. Wie iets meer middelen krijgt, kan juist mobieler worden.

Dat is ook waarom de belofte “pak de grondoorzaken aan en migratie daalt vanzelf” te eenvoudig is. Ontwikkeling kan redenen om te vertrekken verminderen, maar tegelijk de middelen vergroten waarmee mensen hun plannen kunnen uitvoeren. Betere levensomstandigheden zijn daarom waardevol omdat ze keuzevrijheid vergroten, niet omdat ze een gegarandeerd migratieremmend instrument zijn.

2. Drie concrete voorbeelden

Gaza, Eritrea en Marokko staan bewust naast elkaar. Niet omdat hun situaties vergelijkbaar zijn, maar omdat ze drie heel verschillende vragen zichtbaar maken: kan ik veilig blijven, kan ik vrij leven en zie ik hier voldoende perspectief?

Gaza — conflict en onveiligheid

In Gaza is de eerste vraag fundamenteel: “Kan ik hier veilig blijven?” Volgens de Verenigde Naties raakten tijdens de oorlog minstens 1,9 miljoen mensen — ongeveer 90% van de bevolking — ontheemd. Velen moesten meermaals vluchten. Interne ontheemding is echter geen internationale migratie: mensen kunnen hun huis verliezen en telkens opnieuw moeten vluchten zonder het gebied te kunnen verlaten.

Je kunt vluchten zonder weg te kunnen.

Eritrea — vrijheid

In Eritrea draait de vraag sterk om vrijheid: “Kan ik hier mijn eigen leven bepalen?” Het land heeft sinds de onafhankelijkheid in 1993 geen nationale verkiezingen gehouden. Politieke repressie, willekeurige detentie en verdwijningen zijn jarenlang gedocumenteerd. De nationale dienst duurt op papier 18 maanden, maar kan in de praktijk jarenlang aanslepen. Voor sommige Eritreeërs wordt vertrekken daardoor een uitweg uit een systeem dat diep ingrijpt in het persoonlijke leven.

Marokko — kansen en perspectief

Marokko toont een ander mechanisme. In de nationale migratie-enquête van 2018–2019 gaf 40,3% van de 15- tot 29-jarige niet-migranten aan te willen emigreren; bij werkloze niet-migranten was dat 50,9%. Dat zijn migratie-intenties, geen voorspellingen van daadwerkelijke migratie. Ze laten wel zien hoe sterk de wens om elders kansen te zoeken kan zijn wanneer werk en toekomstperspectief als beperkt worden ervaren.

Familie en vrienden in het buitenland kunnen die mogelijkheden bovendien zichtbaarder en haalbaarder maken. Ze bieden informatie, contacten en soms praktische hulp. Mensen migreren dus niet alleen naar plaatsen; ze migreren vaak ook naar mensen.

3. Wat kunnen wij doen?

Als veiligheid, vrijheid, werk, bestuur en toekomstkansen mee bepalen hoe aantrekkelijk blijven of vertrekken wordt, begint onze invloed niet pas aan de Europese grens. Ook Europese handelsregels, bedrijven, financiële systemen en buitenlandse politiek kunnen omstandigheden elders mee beïnvloeden. Dat maakt Europa niet verantwoordelijk voor iedere migratiebeslissing. Het betekent wel dat onze eigen keuzes deel van het verhaal zijn.

Eerlijkere handel

Veel ontwikkelingslanden zijn sterk afhankelijk van de uitvoer van grondstoffen. Volgens UNCTAD waren 95 van 143 ontwikkelingslanden in 2021–2023 grondstoffenafhankelijk: meer dan 60% van hun goederenexport bestond uit grondstoffen. Zo’n afhankelijkheid maakt economieën kwetsbaar voor prijsschommelingen en betekent niet automatisch dat natuurlijke rijkdom breed bij de bevolking terechtkomt.

Eerlijkere handel gaat daarom niet alleen over “een betere prijs”. Ook lokale verwerking, eerlijke lonen, belastingen, kennisopbouw en kansen voor lokale ondernemingen bepalen hoeveel waarde lokaal blijft. Wanneer cacao, koffie, koper of andere grondstoffen niet alleen worden uitgevoerd maar ook lokaal worden verwerkt, kunnen meer banen, vaardigheden en economische activiteit ontstaan. Dat garandeert geen lagere migratie; het kan wel meer mogelijkheden creëren om lokaal een toekomst op te bouwen.

Voed corruptie niet

Corruptie is niet alleen een probleem “van daar”. Buitenlandse bedrijven, tussenpersonen, banken en ondoorzichtige contracten kunnen er deel van worden. Vooral in olie, gas en mijnbouw zijn de risico’s groot door de enorme bedragen, complexe transacties en de betrokkenheid van politieke elites. De OESO stelde in haar analyse van grensoverschrijdende omkoping vast dat ongeveer één op vijf onderzochte zaken uit de mijnbouw kwam.

Dat risico is concreet. Het Zwitserse grondstoffenbedrijf Gunvor bekende in 2024 schuld aan een corruptieschema waarbij steekpenningen aan Ecuadoriaanse functionarissen werden betaald om oliecontracten en vertrouwelijke informatie te verkrijgen. Glencore bekende eerder schuld in een jarenlang omkopingsschema in meerdere landen. Zulke zaken bewijzen niet dat internationale handel corruptie veroorzaakt. Ze tonen wel dat buitenlandse ondernemingen corruptie kunnen voeden wanneer winst, contracten en politieke macht zonder voldoende toezicht samenkomen.

Daarom zijn transparante contracten, zicht op de uiteindelijke eigenaars van bedrijven, controle op tussenpersonen, anti-witwasregels en het opsporen en teruggeven van gestolen vermogen belangrijk. De kernboodschap op de poster is bewust eenvoudig: zorg dat handel, geld en contracten niet vooral corrupte machthebbers verrijken.

Bescherm mensenrechten

Wanneer mensen vertrekken omdat hun vrijheid en rechten worden beknot, moeten we ook kijken naar de regeringen en instellingen waarmee Europa samenwerkt. Humanitaire hulp, onderwijs en steun aan burgers kunnen essentieel blijven, ook in autoritaire landen. Maar samenwerking mag niet waardenvrij zijn. Mensenrechten kunnen een expliciete voorwaarde worden in politieke, economische en veiligheidssamenwerking; ernstige mensenrechtenschenders kunnen gericht worden gesanctioneerd; onafhankelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers kunnen worden ondersteund.

Kort gezegd: steun mensen, niet de regimes die hen onderdrukken.

Waardig werk

Werk is meer dan het hebben van een baan. Waardig werk betekent dat mensen er behoorlijk van kunnen leven, rechten hebben, zich kunnen ontwikkelen en enige zekerheid ervaren. Internationale handel en productieketens kunnen banen creëren, maar de kwaliteit van die banen is bepalend voor het perspectief dat ze bieden. Onderwijs en opleiding, arbeidsrechten, sociale bescherming en kansen voor jongeren horen daarom mee in het verhaal.

Ook hier geldt dezelfde nuance: meer en beter werk is geen knop waarmee migratie kan worden uitgezet. Het kan wel de keuzeruimte vergroten. Werk waarvan je kunt leven, maakt het mogelijk om thuis een toekomst op te bouwen.

4. Blijven moet óók een keuze kunnen zijn

Wereldwijde ongelijkheid gaat niet alleen over inkomen. Veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg, politieke vrijheid, rechtsbescherming en kansen op werk zijn eveneens zeer ongelijk verdeeld. Zulke verschillen kunnen de wens om te vertrekken voeden. Tegelijk hebben de allerarmsten vaak juist te weinig middelen om internationaal te migreren. Wie meer kansen en middelen krijgt, kan soms ook mobieler worden.

Daarom moeten we voorzichtig zijn met grote beloften. Eerlijkere handel, minder corruptie, bescherming van mensenrechten en waardig werk zijn belangrijk omdat ze levens verbeteren en mensen meer mogelijkheden geven. We kunnen niet beloven dat ze migratie doen verdwijnen — en dat hoeft ook niet de maatstaf te zijn.

De kernvraag is niet: “Hoe zorgen we ervoor dat mensen niet vertrekken?” Een eerlijkere vraag is: “Hoe zorgen we ervoor dat blijven niet onmogelijk wordt door gebrek aan veiligheid, vrijheid of perspectief?”

WE KUNNEN NIET BEPALEN OF MENSEN MIGREREN.
WE KUNNEN WÉL MEE BEPALEN IN WELKE OMSTANDIGHEDEN ZIJ DIE KEUZE MAKEN.

Bronnen en methodologische verantwoording

Voor deze tekst gebruiken we waar mogelijk internationale organisaties, officiële statistieken, oorspronkelijke onderzoeksartikelen en primaire documenten over concrete corruptiezaken. Niet elk cijfer bewijst oorzaak en gevolg. Migratie-intenties worden niet voorgesteld als daadwerkelijke migratie; observationele verbanden worden niet als causale effecten beschreven; beleidsvoorstellen worden niet gepresenteerd als gegarandeerde instrumenten om migratie te verminderen.

MIGNEX — New insights on the causes of migration (2024) — Voor het samenspel van migratiefactoren, het onderscheid tussen willen en kunnen migreren en de rol van bestaansmogelijkheden, bestuur en netwerken. Bron

MIGNEX — Tackling the root causes of migration (2023) — Voor de waarschuwing dat betere omstandigheden niet automatisch tot minder migratie leiden en dat ontwikkeling beter wordt beoordeeld op keuzevrijheid en welzijn. Bron

Benjamin Helms — Exit or Voice? Corruption Perceptions and Emigration (2024) — Voor onderzoek naar de samenhang tussen ervaren corruptie en migratie-intenties en -voorbereidingen. Observationeel, niet als bewijs dat corruptie op zichzelf migratie veroorzaakt. Bron

UNRWA — Situation Report #184 (2025) — Voor de VN-schatting dat minstens 1,9 miljoen mensen in Gaza, ongeveer 90% van de bevolking, tijdens de oorlog ontheemd raakten. Bron

Human Rights Watch — World Report 2026: Eritrea — Voor de actuele beschrijving van repressie, het ontbreken van nationale verkiezingen sinds 1993 en de vaak langdurige nationale dienst. Bron

Haut-Commissariat au Plan, Marokko — Enquête Nationale sur la Migration Internationale 2018–2019 — Voor de migratie-intenties: 40,3% bij 15–29-jarige niet-migranten en 50,9% bij werkloze niet-migranten. Bron

UNCTAD — The State of Commodity Dependence 2025 — Voor de definitie van grondstoffenafhankelijkheid en de vaststelling dat 95 van 143 ontwikkelingslanden in 2021–2023 voor meer dan 60% van hun goederenexport afhankelijk waren van grondstoffen. Bron

OECD — Corruption in the Extractive Value Chain — Voor de bijzondere corruptierisico’s in olie, gas en mijnbouw en de vaststelling dat circa één op vijf onderzochte transnationale corruptiezaken in de extractieve sector voorkwam. Bron

EITI — Anti-corruption & contract transparency — Voor het belang van openbare contracten, transparantie over uiteindelijke eigenaars en publieke controle om corruptierisico’s in de extractieve sector te verkleinen. Bron

U.S. Department of Justice — Gunvor S.A. (2024) — Voor de concrete zaak waarin Gunvor schuld bekende aan omkoping van Ecuadoriaanse functionarissen om zakelijke voordelen en oliecontracten te verkrijgen. Bron

U.S. Department of Justice — Glencore (2022) — Voor de concrete zaak waarin Glencore schuld bekende aan een jarenlang internationaal omkopingsschema. Bron

Raad van de Europese Unie — EU Global Human Rights Sanctions Regime — Voor het Europese instrument om verantwoordelijken voor ernstige mensenrechtenschendingen gericht te sanctioneren. Bron

Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) — Achieving decent work in supply chains — Voor de rol van internationale productieketens in werkgelegenheid en het belang van arbeidsrechten en degelijk werk. Bron

Redactionele keuze: de drie landenvoorbeelden illustreren verschillende mechanismen en zijn geen vergelijking van ernst of juridisch statuut. De voorbeelden Gunvor en Glencore tonen dat buitenlandse ondernemingen corruptie kunnen faciliteren; ze worden niet gebruikt om te beweren dat internationale handel op zichzelf corruptie veroorzaakt. Ook de vier handelingsperspectieven op de poster worden gepresenteerd als manieren om veiligheid, vrijheid, bestaanszekerheid en keuzevrijheid te versterken — niet als garantie op minder migratie.